|
1. Een schaal met brood, een beker wijn,
zal dat voor ons voldoende zijn
om licht te zienin duisternis,
om te verstaan wat vrede is.
Want God is ver en oorlog went
en wie verstaat zijn testament,
zijn woord dat ons vertrouwen vraagt
en hoop en leven in zich draagt.
2. Ik ben uw brood, uw beker wijn,
de wereld zal gelukkig zijn
als zij de wegen op wil gaan
waarlangs ik haar ben voorgegaan.
Want hoe de mens ook vrede zocht,
zij wordt alleen door hem gekocht
die niets meer te verliezen heeft
en zoals Ik zijn leven geeft.
3. Wanneer gij brood breekt in mijn naam,
om vrede vraagt in uw bestaan
en van de liefdesbeker drinkt,
tesamen zijt en eenheid vindt:
dan moet gij zelf tot voedsel zijn
voor allen die op aarde zijn
en zal het brood, de beker wijn
u levenslang voldoende zijn.

|
|